Kunstenaar
Anton Heyboer
1924, Sabang (Nederlands-Indië)–2005, Den Ilp · Den Ilp
Anton Heyboer (geboren 9 februari 1924 in Sabang, toen Nederlands-Indië) groeide op in Haarlem, Delft, Voorburg en Curaçao en werd opgeleid tot werktuigbouwkundige. In 1943 werd hij door de Duitsers opgepakt voor de Arbeitseinsatz en tewerkgesteld in Berlijn. Hij wist te ontsnappen en keerde getraumatiseerd terug naar Nederland; in 1951 werd hij een tijd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis Santpoort.
Na de oorlog vestigde hij zich in Borger en hield in 1946 in Drouwen zijn eerste tentoonstelling. Vanaf 1961 woonde en werkte hij in Den Ilp, ten noorden van Amsterdam, op een stuk land met een koeienstal die hij steeds verder uitbouwde. Daar leefde hij in een commune met vier vrouwen — Maria, Lotti, Marike en Joke — die ook de verkoop van zijn werk verzorgden. Hij tekende, schilderde en etste.
In de jaren zestig kreeg zijn werk internationaal aandacht: het hing op de grafiekafdeling van documenta 2 (1959), documenta 3 (1964) en documenta 4 (1969) in Kassel. In 1964 ontving hij de Japanse Ohara-museumprijs en benoemde de Accademia Fiorentina delle arti del disegno hem tot Academico Onorario. In 1984 verbrak hij de banden met de gevestigde kunsthandel. Hij vond beroemd zijn gevaarlijk, bekend zijn goed. In 2002 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau; hij overleed in 2005 in zijn boerderij in Den Ilp.
Biografie via nl.wikipedia.org/wiki/Anton_Heyboer