Karel Appel (Amsterdam, 1921 tot Zürich, 2006) behoort tot de beroemdste Nederlandse kunstenaars van de twintigste eeuw. In 1948 was hij medeoprichter van CoBrA, de experimentele beweging die de naoorlogse kunst radicaal openbrak.
Appel zocht naar een directe, ongeremde manier van schilderen. Zijn befaamde uitspraak 'Ik rotzooi maar wat aan' vatte die houding samen, al schuilt achter de schijnbare spontaniteit een trefzeker gevoel voor kleur en compositie.
Zijn beeldtaal is meteen herkenbaar: felle, ongemengde kleuren, dikke zwarte contouren en fantasiewezens, vogels, katten en kinderlijke figuren. De verf ligt vaak dik en fysiek op het doek.
Vanaf de jaren vijftig werkte Appel internationaal, met tentoonstellingen en opdrachten over de hele wereld. Zijn werk hangt in vooraanstaande musea, van het Stedelijk Museum in Amsterdam tot het Centre Pompidou in Parijs.
Bij Delft Gallery is Appel vertegenwoordigd met werk waarin die rauwe levenslust voelbaar blijft. Juist die directe zeggingskracht maakt zijn werk voor verzamelaars zo gewild.
